Volg Pastoor René Pisters:


Bezoekers vandaag


229
Unieke
Bezoekers
Powered By Google Analytics

Begraafplaats

Reglement Begraafplaats van de RK Parochie H. Bernardus te Ubachsberg

1. ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsaanduidingen

Artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder:

a. bestuur: het parochiebestuur als vertegenwoordiger van de rechtspersoon R.-K. parochie H. Bernardus te Ubachsberg (gemeente Voerendaal), eigenaresse van de begraafplaats.
b. begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en/of bijzetten van asbussen van overledenen, gelegen aan de Kerkstraat te Ubachsberg gemeente Voerendaal.
c. beheerder: degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.
d. particulier (urnen) graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van een of meer overledenen of hun asbussen, waarvan het gebruiksrecht voor de duur van 20 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarde van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.
e. rechthebbende: de meerderjarige persoon aan wie het recht op een particulier( urnen) graf is verleend.
f. grafrecht: het recht op een particulier (urnen) graf voor tenminste twintig jaar; het recht op bewaring van een asbus in de urnenbewaarplaats voor twintig jaar.
g. bijzetting:

  1. het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven;
  2. het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
  3. het plaatsen van een urn op een graf, waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven.
  4. het plaatsen van een asbus/urn in een urnenbewaarplaats.

h. asbus: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene. Waarop diens naam en voorletters, alsmede een registratienummer in onuitwisbare letters en cijfers staan vermeld.
i. urn:
voorwerp waarin een of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor urnen.
j. strooiveld:
terrein dat bestemd is om permanent as te verstrooien.

Bestuur

Artikel 2
Het bestuur is gebonden aan het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland en ter zake van het beheer van de begraafplaats bovendien aan dit Reglement.

Beheerder

Artikel 3
Het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit
reglement te noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en het
beheer van de begraafplaats. De beheerder is bevoegd om namens het bestuur
opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats betreffende en om namens
het bestuur grafrechten te verlenen.

Regelingen vóór een begraving

Artikel 4
1. Voor de begraving dient aan de beheerder het verlof tot begraving of de bereidverklaring tot het bezorgen van de as te worden getoond.
2. De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke bescheiden, zoals de graf akte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende ( of de gebruiker) moeten vóór de begraving c.q. bewaring aan de beheerder worden overlegd.

Bevorderen van natuurlijke ontbinding

Artikel 4a
1. Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen) kist.
2. Bij de begraving van een overledene is het niet toegestaan deze van een lijkhoes dan wel van een lijkomhulsel te voorzien, welke niet voldoet aan het Lijkomhulsel besluit 1998 en alle overige wettelijk voorgeschreven vereisten ten behoeve van de bevordering van de lijkvertering en eventuele andere met deze regelgeving samenhangende doeleinden. De rechthebbende heeft er zorg voor te dragen dat hijzelf dan wel de bij de lijkbezorging betrokken uitvaartverzorger hiervoor afdoende maatregelen neemt en desgewenst op verzoek van de beheerder een daartoe verstrekkende verklaring afgeeft.
3. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn . In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.

4. De rechthebbende is verantwoordelijk voor het naleven van de onder lid 1 t/m 3 vermelde voorschriften. Eventuele schade en/of kosten ten gevolge van niet-naleving van de deze voorschriften zullen op de rechthebbende worden verhaald.

De begraving van een overledene en de bewaring van een asbus

Artikel 5
1. Een begraving of de bewaring van een asbus geschiedt op een dag en uur, met de beheerde tevoren overeen te komen en volgens aanwijzing van de beheerder. De begraafplaats is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens.
2. De kist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een registratienummer. Dit registratienummer moet worden opgenomen in het register van de overledenen.

Werkzaamheden op de begraafplaats

Artikel 6
1. Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen geschieden uitsluitend in opdracht van het bestuur door derden.
2. Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor open is. Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.
3. Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen en diensten in de kerk. Op zaterdag mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.

4. Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen.

Bezoekers

Artikel 7
Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto’s en voor fietsen (al dan niet met hulpmotor) gesloten. De beheerder kan voor minder validen uitzondering toestaan. Honden worden alleen aangelijnd op de begraafplaats toegelaten. Bezoekers worden verzocht luidruchtigheid te vermijden. Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet van te voren schriftelijk toestemming zijn verkregen van het bestuur.

Administratie

Artikel 8
1. Het bestuur is verantwoordelijk voor de wettelijke verplichting tot het voeren van de administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder geval een register van de overledenen met vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op de begraafplaats waar zij begraven zijn, alsmede een dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden worden
geregistreerd.
2. Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december. Alle rechten verleend in het eerste half jaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

II HET VESTIGEN VAN HET GRAFRECHT

Schriftelijke overeenkomst

Artikel 9
1. Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.
2. Op de begraafplaats kunnen begraven worden: – zij die als parochiaan staan ingeschreven bij de parochie en zij die met een parochiaan gehuwd waren; -oud-parochianen die in een instelling voor gezondheidszorg verblijven en die voorheen tot de parochie behoorden.
3. Het bestuur kan van lid 2 in uitzonderlijke gevallen afwijken en toestaan dat anderen op de begraafplaats worden begraven.

Uitgifte van graven

Artikel 10
De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen uitgegeven. Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren, tenzij een recht wordt verworven als bedoeld in artikel 11.

Recht op particulier (urnen-) graf

Artikel 11
Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon het uitsluitend recht verlenen om voor twintig jaren gebruik te maken van een bepaalde (urnen-) grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot, pleeg-of stiefkind of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 39 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden vastgelegd dat graf (artikel 42 ) kan worden geruimd wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

Adres rechthebbende

Artikel 12
De rechthebbende is verplicht zijn adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van zijn adres.

Overlijden rechthebbende

Artikel 13
1. Binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht na daartoe strekkend verzoek van de erfgena(a)m(en) te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind overeenkomstig artikel 14.
2. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die begraving of bijzetting te worden gedaan.

Overdracht grafrecht

Artikel 14
1. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht , met vermelding van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.
2. Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, een bloed-of aanverwant tot en met de vierde graad of een pleeg- of stiefkind van de rechthebbende is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.
3. Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Afstand dient schriftelijk te geschieden.

Weigering tot begraven of bijzetting

Artikel 15
Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name de bijzetting in een dubbel graf, een familiegraf of een (urnen-)graf te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten.

Ontbindende voorwaarden grafrechten

Artikel 16
Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen-) graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft. Aan toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van ( een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

III HET VERLENGEN VAN HET GRAFRECHT

Schriftelijk informeren van de rechthebbende

Artikel 17
1. Het bestuur zal uiterlijk één jaar voor het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van vijf of tien jaar.
2. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling om verlenging van de termijn van het grafrecht is verzocht dan zal van het aflopen van de termijn door een zichtbare mededeling melding worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft gedurende één jaar aanwezig maar tenminste tot het einde van de termijn van het grafrecht.

Verzoek rechthebbende

Artikel 18
1. Een rechthebbende kan binnen twee jaar voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van vijf of tien jaar.
2. Het bestuur zal een aanvrage ingevolge lid 1 inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een gravenveld, zich daartegen verzetten.

VOORWAARDEN VOOR VERLENGING

Artikel 19
De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de alsdan geldende tarieven.

Verlening bij bijzetting

Artikel 20
Wanneer in een particulier (urnen-)graf, bestemd tot het begraven van meerdere overledenen of hun asbussen een bijzetting heeft plaatsgevonden, wordt een lopende termijn van het grafrecht verlengd met twintig jaar te rekenen vanaf de datum van bijzetting. Het nog niet verstreken gedeelte van de lopende termijn wordt met de verlenging verrekend.

IV EINDE VAN HET GRAFRECHT

Artikel 21
De grafrechten vervallen:

  1. door het verlopen van de gestelde termijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 17;
  2. indien de tarieven overeenkomstig artikel 39 van dit reglement niet binnen één jaar na het vestigen of het verlengen van het grafrecht zijn betaald;
  3. indien een terreingedeelte, waarin zich de ( urnen-) graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 16;
  4. indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 17 bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats zichtbaar vermeld is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd;
  5. indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 33;
  6. indien de rechthebbende bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.

V INDELING VAN DE BEGRAAFPLAATS EN ONDERSCHEID VAN DE GRAVEN

Indeling door bestuur

Artikel 22
Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in ( urnen-) graven vast te stellen en te wijzigen.

Soorten graven

Artikel 23
1. Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik van:

  1. een particulier enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van één asbus of urn in een dubbelgraf is toegestaan;
  2. een particulier enkel of dubbel graf in een vak, waarop door het bestuur graftekens worden aangebracht van een door het bestuur te bepalen model. Bijzetting van één asbus of urn in één dubbel graf is toegestaan;
  3. een particulier kindergraf of een particulier graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht in een vak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring, bijzetten van asbussen of urnen is niet toegestaan;
  4. een particulier urnengraf in een urnengravenveld, bijzetting van één asbus of urn is toegestaan.

2. De graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen zoals voorzien in artikel 31.

Enkele graven

Artikel 24
In een enkel graf mag geen bijzetting plaatsvinden, tenzij van één asbus of urn.

Dubbele graven

Artikel 25
Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen. Dan wel twee overledenen en één asbus/urn, of één overledene en twee asbussen /urn. In een dubbel graf worden twee overledenen boven elkaar (niet naast elkaar) begraven. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen
aanwijzen, die na overlijden in een dubbel graf mogen worden begraven of bijgezet.

Kindergraven

Artikel 26
In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan twaalf jaar.

Particulier urnengraf

Artikel 27
In een particulier urnengraf kunnen een of twee asbussen worden begraven.

VI ASBUSSEN

Artikel 28
Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden door bijzetting:

a. in een bestaand graf:

b. in een urnengraf dat deel uitmaakt van een gravenveld voor urnen.

c. in een tombe bestemd voor het bewaren van asbussen/of urnen.

d. op een bestaand graf in een urn, die hecht aan de ondergrond verbonden is.

Recht op het bewaren van een asbus

Artikel 29
De artikelen 9 t/m 16 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus op de begraafplaats op een van de in artikel 28 genoemde wijzen.

Ruiming van asbussen

Artikel 30
Ruiming door het bestuur van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as op een strooiveld.

VII GRAFTEKENS EN GRAFBEPLANTING

Vergunning

Artikel 31
Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplanting op particuliere graven te doen aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen behorende tot dit reglement ( Bijlage 3) en die door het bestuur zijn vastgesteld .Deze voorschriften worden op verzoek aan iedere belanghebbende door de beheerder verstrekt. Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende worden verwijderd.

Risico schade aan graftekens

Artikel 32
1. Gedurende de termijn van het grafrecht blijven de graftekens en grafbeplanting eigendom van de rechthebbende. Het bestuur aanvaardt deze graftekens niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende verantwoordelijk is voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 33.
2. Schade aan graftekens ontstaan door storm en vandalisme wordt door het bestuur uitsluitend vergoed voor zover deze risico’s door een verzekeringsovereenkomst van het bestuur zijn gedekt.
3. Schade veroorzaakt door op de begraafplaats uitgevoerde werkzaamheden door het personeel van de begraafplaats wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de betreffende verzekeringsovereenkomst van het bestuur worden gedekt.

Onderhoud graftekens en grafbeplanting

Artikel 33
1. De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het bestuur worden onderhouden door de rechthebbende. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.
2. In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het bestuur, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die het toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
3. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, niet bevestigd wordt, maakt het bestuur de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
4. Indien toepassing is gegeven aan het tweede of derde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, is verstreken.
5. Indien het recht op het graf nog geen tien is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het derde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken.

Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende

Artikel 34
Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van rechthebbende.

Tijdelijk verwijdering grafteken door de beheerder

Artikel 35
1. Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar oordeel van de beheerder nodig is kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.
2. Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

Verwijdering graftekens na einde grafrecht

Artikel 36
Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze op kosten van de rechthebbende te doen verwijderen en te doen vernietigen, zonder dat enigerlei vergoeding hiervoor jegens de rechthebbende verschuldigd is

Vak met graftekens volgens het model van het bestuur

Artikel 37
In de vakken met door het bestuur aangebrachte graftekens mogen geen bloemen en/of voorwerpen worden geplaatst anders dan op de aanwezig grind strook voor en ter breedte van het grafteken. Aan de graftekens mogen geen veranderingen en/of voorwerpen worden aangebracht zonder de uitdrukkelijke toestemming van het bestuur.

Strooiveld

Artikel 38
1. Uitsluitend op een door het bestuur aangewezen plaats mag na uitdrukkelijke verkregen toestemming van het bestuur as van een overledene worden uitgestrooid.
2. Op het strooiveld mogen geen graftekens of beplanting worden aangebracht. Verder mogen op het strooiveld geen bloemen of andere voorwerpen worden gelegd anders dan op de sokkel van de door het bestuur geplaatste herdenkingszuil.
3. Aan de herdenkingszuil kan door het bestuur op verzoek en op kosten van de rechthebbende een naamplaatje met datum van geboorte en overlijden worden
aangebracht.

VIII TARIEVEN EN ONDERHOUD

Tarieven

Artikel 39
1. Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, het plaatsen van een grafteken, voor bijzettingen, voor onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en /of beplanting bij einde van de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan worden tarieven geheven, en wel als volgt:

  1. een bedrag voor het grafrecht, inclusief de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht.
  2. een bedrag voor een model grafteken door het bestuur geplaatst.
  3. een bedrag voor een door het bestuur geplaatste tombe op de urnen bewaarplaats.
  4. een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken
    inclusief fundering en/of beplanting na het eindigen van het grafrecht.

2. Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven. Deze tarieven kunnen naar het oordeel van het bestuur ieder jaar worden
aangepast.

Algemeen onderhoud

Artikel 40
Het bestuur zal zorg dragen dat de afrastering en ommuringen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 31 door de rechthebbende zijn aangebracht.

Beperking onderhoudsverplichting

Artikel 41
Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 40 omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 39 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede eventueel van overheidswege daarvoor verkregen subsidies. Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

Ruiming van graven en asbussen

Artikel 42
Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven en in een tombe op het urnen gravenveld bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen op kosten van de rechthebbende, met in achtneming van de wettelijke termijn.

IX Overgangsbepaling

Artikel 43
1. Indien de tijdsduur, welke in het verleden op de begraafplaats aan een grafrecht verbonden, niet meer aantoonbaar is vast te stellen , heeft het reglement van 1 januari 1999 de termijn gesteld op 30 jaren na inwerkingtreding van dat reglement. Het huidige reglement vervangt dit reglement en gaat uit van het toen bepaalde ten aanzien van de genoemde grafrechten. Het tarief onderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39 lid 1 sub a, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
2. Rechthebbenden met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbepaalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1, sub a.

X SLOTBEPALINGEN

Sluiting van een begraafplaats

Artikel 44
Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd. Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar een andere begraafplaats.

Klachten

Artikel 45
Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis te stellen.

Onvoorzien

Artikel 46
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Vervallen verklaring eerdere reglementen

Artikel 47
Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.

Wijziging reglement

Artikel 48
Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van Roermond. Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen. Wijzigingen in het reglement behoeven eveneens de goedkeuring van de bisschop van Roermond. De rechthebbenden worden van de wijzigingen in kennis gesteld. Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur van 21 september 2011 en goedgekeurd door de bisschop van Roermond op 6 juni 2012 en van toepassing verklaard met ingang van 22 september 2011